Vaak gestelde vragen en antwoorden
- Wat levert certificatie in algemene zin op?
- Voor wie is kwaliteitsborging door middel van certificatie belangrijk en waarom?
- Wat is het nut van een landelijk kwaliteitssysteem?
- Zal certificatie van dialysecentra blijven bestaan?
- Waarom moeten dialysecentra nu zelf investeren in het kwaliteitssysteem en blijft dit zo?
- Waarom is het zo belangrijk dat de dialysecentra investeren in het kwaliteitssysteem?
- Wat krijgt een centrum voor de investering in het kwaliteitssysteem terug?
- Waarom is een bestendige NIAZ-deelaccreditatie nodig, is ziekenhuisbrede accreditatie niet genoeg?
- Wat is het verschil tussen HKZ-certificatie en sectorspecifieke NIAZ-accreditatie?
- Welke kosten zijn er aan certificatie/accreditatie verbonden?
- Waarom kan een centrum zich niet beperken tot een ISO-certificatie?
- Waarom werd het Hans Mak Instituut opgericht?
- Wat doet het Hans Mak Instituut voor het kwaliteitsysteem?
1. Wat levert certificatie in algemene zin op?
Certificatie levert in algemene zin het volgende op:
- efficiënte bedrijfsvoering, gericht op een optimale behandeling
- de mogelijkheid om te sturen op veiligheid, behandelresultaten en logistiek
- adequate, door de beroepsgroep ontwikkelde prestatie-indicatoren
- adequate, door de beroepsgroep ontwikkelde benchmarks
- een goede infrastructuur voor het melden, voorkomen en oplossen van fouten
- betere communicatie, zowel intern als met de patiënten
- inzicht in patiënttevredenheid en wensen van patiënten
- gemotiveerde medewerkers
- de mogelijkheid voor de centra om zich te profileren in een concurrerende markt waardering van de zorgverzekeraar (in de toekomst: preferred providership)
2. Voor wie is kwaliteitsborging door middel van certificatie belangrijk en waarom?
Kwaliteitsborging door middel van certificatie is belangrijk voor:
- patiënten: het gecertificeerde centrum levert vraaggestuurde zorg die aantoonbaar voldoet aan de eisen die patiënten aan de behandeling stellen en aan landelijke normen en richtlijnen voor goede zorg die medici en paramedici hebben opgesteld
- zorgverzekeraars: het certificaat is een basisgarantie voor goede en doelmatig geleverde zorg het dialysecentrum zelf: het HKZ-gecertificeerde kwaliteitssysteem biedt houvast bij kwaliteitsbewaking en de mogelijkheid om te sturen op resultaat; het stimuleert continue verbetering
- toezichthouders (overheid, Inspectie): kwaliteit, doelmatigheid en organisatie van de zorg zijn goed inzichtelijk.
3. Wat is het nut van een landelijk kwaliteitssysteem?
Een landelijk kwaliteitssysteem is belangrijk omdat de onderdelen van het systeem elkaar in hun samenhang versterken. Het geheel is meer dan de som der delen. De onderdelen van het kwaliteitssysteem zijn:
- landelijke registratie van algemene en klinische patiëntgegevens (Renine)
- ontwikkeling en onderhoud van landelijk geldende normen en richtlijnen voor een optimale behandeling
- ontwikkeling en onderhoud van landelijk geaccepteerde prestatie-indicatoren
- ontwikkeling en onderhoud van landelijke benchmarks van prestaties
- implementatie van een landelijke, gevalideerde kwaliteitstoets voor het meten van patiënttevredenheid
- goed en eenduidig geschoolde materiedeskundigen die bij de certificatie-audits aanwezig zijn
- bewaking van de ketenzorg (predialyse -> dialyse -> niertransplantatie)
4. Zal certificatie van dialysecentra blijven bestaan?
- Kwaliteitsborging door middel van certificatie, of bestendige deelaccreditatie door NIAZ zal in de toekomst een steeds belangrijker plaats innemen in de gezondheidszorg. Deze trend valt onder meer te beluisteren in uitlatingen van het Ministerie van VWS, de brancheorganisatie Zorgverzekeraars Nederland, de Inspectie voor de Gezondheidszorg en de organisaties van zorgaanbieders en patiënten. In toenemende mate erkennen en waarderen zij het HKZ-certificaat als een middel voor kwaliteitsverbetering. Zorginstellingen zonder certificaat (resp. bestendige NIAZ deelaccreditatie) zullen zichzelf op den duur uit de markt prijzen.
5. Waarom moeten dialysecentra nu zelf investeren in het kwaliteitssysteem en blijft dit zo?
- Tot 2005 werden de kosten voor het kwaliteitssysteem betaald door de Nierstichting en voor een deel (ca. 75% van de begroting van Renine) door VWS. Sinds de beëindiging van deze externe subsidies betalen de centra het zelf. Dit is naar verwachting een tijdelijke situatie. Van de centra wordt deze investering gevraagd totdat er voor het kwaliteitssysteem een vast bedrag is opgenomen in de Diagnose Behandeling Combinatie (DBC) dialyse. Vanaf dat moment zullen de kosten van het kwaliteitssysteem naar de verzekeraar kunnen worden doorbelast. Het HMI maakt zich sterk voor bespoediging van deze ontwikkeling.
6. Waarom is het zo belangrijk dat de dialysecentra investeren in het kwaliteitssysteem?
- Als de dialysecentra niet betalen, zal het landelijke kwaliteitssysteem ophouden te bestaan. Dat is een grote verspilling van de kennis en ervaring die in 20 jaar door patiënten en professionals is opgebouwd. Het zal daarna moeilijk zijn om nog draagvlak te krijgen voor nieuwe initiatieven op het gebied van kwaliteitszorg voor dialyse.Het kwaliteitssysteem is een essentieel onderdeel van de HKZ-certificatie (resp. bestendige NIAZ-deelaccreditatie) voor dialysecentra. Het bestaat uit elementen die elkaar in hun samenhang versterken. De verschillende onderdelen kunnen niet los van elkaar worden gezien. Een centrum dat niet meebetaalt aan het kwaliteitssysteem kan in de toekomst geen gebruik meer maken van Renine-gegevens, benchmarkgegevens, van materiedeskundigen van de NFN/LVDT visitatiecommissie et cetera. Een dergelijk centrum zal daardoor in de toekomst ook niet meer HKZ-gecertificeerd of sectorspecifiek NIAZ-geaccrediteerd kunnen worden.
7. Wat krijgt een centrum voor de investering in het kwaliteitssysteem terug?
Met de bijdrage van de centra financiert het HMI de instandhouding van het landelijke kwaliteitssysteem. De centra krijgen hiervoor terug:
- registratie en digitale publicatie van algemene en klinische patiëntgegevens (via Renine)
- vaststellen en onderhouden van landelijke normen, richtlijnen en prestatie-indicatoren
- prestatiegerichte benchmarks
- inbreng van materiedeskundigen bij de certificatie
- deskundigheidsbevordering voor interne auditoren en materiedeskundigen (terugkomdagen)
- coördinatie van alle activiteiten voor het landelijke kwaliteitssysteem.
8. Waarom is een bestendige NIAZ-deelaccreditatie nodig, is ziekenhuisbrede accreditatie niet genoeg?
- Bij een ziekenhuisbrede accreditatie wordt niet op behandelniveau getoetst. Bij de bestendige deelaccreditatie volgens de NIAZ-accreditatiegids voor dialysecentra is dit wel het geval. Deze accreditatiegids komt in grote lijnen overeen met het HKZ-certificatieschema voor dialysecentra. Voor de toekomst wordt een integratie van het HKZ-schema voor dialysecentra en de NIAZ accreditatiegids verwacht.
9. Wat is het verschil tussen HKZ-certificatie en sectorspecifieke NIAZ-accreditatie?
- Het verschil tussen HKZ-certificatie en een bestendige deelaccreditatie door het NIAZ zit vooral in de wijze van toetsen. Bij certificatie zijn externe auditoren van een onafhankelijke instelling (Lloyds, KEMA, TNO etc.) betrokken. Bij accreditatie gaat het om toetsing door de sector zelf (de zgn. peer review). Bij het ontwikkelen van een HKZ-certificatieschema zijn behalve zorgaanbieders ook patiëntenorganisaties en zorgverzekeraars betrokken (tripartiet draagvlak). Een NIAZ-accreditatiegids wordt in beginsel alleen door de zorgaanbieders opgesteld. Patiënten en verzekeraars worden er pas in de eindfase bij betrokken. Bij een accreditatie volgens de NIAZ-accreditatiegids voor dialysecentra wordt net als bij de HKZ-certificatie gebruik gemaakt van het landelijke kwaliteitssysteem, inclusief de materiedeskundigen van de NFN/LVDT-visitatiecommissie. Daarom zal ook van centra die kiezen voor NIAZ-accreditatie worden gevraagd aan het landelijke kwaliteitssysteem mee te betalen.
10. Welke kosten zijn er aan certificatie/accreditatie verbonden?
- Behalve kosten voor het meefinancieren van het landelijke kwaliteitssysteem, maakt een centrum kosten voor de certificering zelf. Bijvoorbeeld voor de driejaarlijkse certificeringsaudit, de vervolgbezoeken (gemiddeld € 4000,- per jaar) en interne kosten (opleiding nieuwe interne auditoren, onderhoud en automatisering kwaliteitshandboek etc.). De kosten van een sectorspecifieke NIAZ-accreditatie en een HKZ-certificatie ontlopen elkaar niet veel.
11. Waarom kan een centrum zich niet beperken tot een ISO-certificatie?
- Certificatie-instellingen, zoals Lloyds en TNO, staan onder formeel toezicht van de Raad voor Accreditatie (RvA). Dat houdt in dat zij, wanneer er voor een werkgebied een HKZ-certificatieschema bestaat, verplicht zijn dat schema te gebruiken voor de certificatie (een brief van de RvA hierover d.d.14-02-1997 kan bij het HMI worden opgevraagd). Los daarvan werkt de keus voor HKZ-certificatie meer in het voordeel van het centrum zelf. ISO-normen zijn algemeen, HKZ-normen gaan specifiek over dialysecentra. Daardoor worden ze op de werkvloer veel beter herkend (en geaccepteerd). Dit wordt nog eens versterkt doordat de NFN/LVDT-visitatiestellingen in het schema zijn opgenomen.
12. Waarom werd het Hans Mak Instituut opgericht?
- Het Hans Mak Instituut werd mede op verzoek van de Minister van VWS opgericht door de Nederlandse Federatie voor Nefrologie (NFN), Nierpatiënten Vereniging Nederland (NVN) en de Nierstichting, als monitor voor het bewaken van de kwaliteit en de capaciteit van de dialysezorg in Nederland.
13. Wat doet het Hans Mak Instituut voor het kwaliteitsysteem?
- Het HMI coördineert de activiteiten voor het in stand houden van het kwaliteitssysteem. De verschillende partijen die inhoudelijk bij het kwaliteitssysteem betrokken zijn (Renine, kwaliteitscommissie NFN, visitatiecommissie NFN/LVDT, NVN) houden ieder hun eigen verantwoordelijkheid. Het HMI draagt zorg voor de financiering van de verschillende onderdelen.