Kwaliteitzorg in wetten vastgelegd
In Nederland zijn twee wetten van kracht die de kwaliteit van de zorg moeten waarborgen. Eén voor de zorginstellingen en één voor een groot deel van de mensen die werkzaam zijn in de zorg.
Iedere zorginstelling in Nederland valt onder de Kwaliteitswet Zorginstellingen. Deze wet bevat de globale eisen die aan de zorg gesteld worden. De instellingen moeten de globale eisen die in de wet worden gesteld, zelf nader uitwerken.
In die wet zijn vier verschillende criteria vastgelegd die samen leiden tot kwalitatief goede zorg:
1. Verantwoorde zorg
Dat wil zeggen van goed niveau, zorg die in ieder geval doeltreffend, doelmatig en patiëntgericht is.
2. Op kwaliteit gericht beleid
Dat betekent een goede organisatie van de werkzaamheden. Dit komt onder andere tot uiting in een goede interne communicatie en voldoende en kundig personeel. Verder moet duidelijk zijn wie welke werkzaamheden uitvoert en wie daarvoor verantwoordelijk is.
3. Kwaliteitssystemen
Ten derde dienen zorginstellingen een kwaliteitssysteem op te zetten. Centraal in een kwaliteitssysteem staan altijd de expliciet geformuleerde normen waaraan een instelling zelf vindt dat ze zou moeten voldoen. Een kwaliteitssysteem moet regelmatig getoetst worden.
4. Jaarverslag
De Kwaliteitswet eist dat zorginstellingen een jaarrapport over de kwaliteit
van de zorg in hun instelling uitbrengen. In dit verslag legt de instelling
verantwoording af over het gevoerde kwaliteitsbeleid en de kwaliteit van de
verleende zorg. Daarbij moet specifiek aandacht worden besteed aan de
betrokkenheid van patiënten bij het kwaliteitsbeleid, het aantal malen dat de (eigen) kwaliteit beoordeeld worden en de wijze waarop de kwaliteitsbeoordeling plaatsvindt.
Daarnaast is voor personeel in de zorg (zoals verpleegkundigen) de Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (BIG) van kracht. Deze wet bewaakt en borgt de kwaliteit van de beroepsbeoefenaren, onder andere door een verplichte registratie in het BIG register. Alleen degene die in het register is ingeschreven, is door de wet bevoegd een beschermde titel (zoals verpleegkundige) te voeren.
In het register zijn alleen personen opgenomen die een relevante door de overheid erkende beroepsopleiding gevolgd hebben. Sinds 1 januari 2009 is het ook voor verpleegkundigen verplicht om eens in de vijf jaar aan te tonen dat hun kennis en vaardigheden zich nog op het minimaal vereiste niveau bevinden om ingeschreven te blijven in het BIG register.