Optimale behandeling van nefrotisch syndroom bij kinderen
Nefrotisch syndroom komt weinig voor bij kinderen; in Nederland bij 60 tot 210 nieuwe kinderen per jaar. Bij het nefrotisch syndroom staan proteïnurie, hypoalbuminemie en oedeem op de voorgrond. Uit studies weet men dat het medicijn prednisolon in de meeste gevallen de eiwituitscheiding in de urine snel kan stoppen. Prednisolon is daarom al jarenlang de standaardtherapie voor kinderen met nefrotisch syndroom. Echter, na behandeling recidiveert het nefrotisch syndroom bij 60% van de kinderen. Een meta-analyse van eerdere studies suggereert dat een langere behandeling met prednisolon het aantal recidieven vermindert.
In 2004 is gestart met een multicenterstudie naar de optimale behandeling van nefrotisch syndroom bij kinderen. Het onderzoek richt zich voornamelijk op de vraag welk behandelschema het beste is: kinderen worden (dubbel)blind gerandomiseerd naar de huidige behandeling met prednisolon of dezelfde cumulatieve dosis prednisolon verdeeld over een langere periode. Behalve naar het effect van behandeling wordt gekeken naar bijwerkingen van en de gevoeligheid voor prednisolon. De deelnemers worden vijf jaar gevolgd. Het onderzoek is in samenwerking met het HMi opgezet. In de loop van 2008 zijn de ondersteunende activiteiten geleidelijk aan de onderzoeker overgedragen. Informatie over deze studie is te vinden op
www.nefrotischsyndroom.nl.
Projectleider:dr. J.(Joana) Kist, kinderarts-nefroloog, Leids Universitair Medisch Centrum.