|
Ontwikkeling van de vernieuwde patiëntentoets
In de afgelopen jaren heeft het Hans Mak Instituut nauw samengewerkt met de Nierpatiënten Vereniging Nederland (NVN) bij de ontwikkeling van een vernieuwde patiëntentoets.
Het meten van de patiënttevredenheid is een belangrijk onderdeel van de certificering van dialyseafdelingen. De meeste centra maakten tot voor kort gebruik van de ‘Kwaliteitstoets’ van de Nierpatiënten Vereniging Nederland die door het Centrum voor Gezondheidszorgbeleid en Recht (GBR) van de Erasmus Universiteit Rotterdam ontwikkeld is. Deze toets is in 2007 door Blaauwbroek, bureau voor vraaggestuurde zorg, tegen het licht gehouden. De bevindingen over de toets zijn neergelegd in de rapporten ‘De nieren getoetst’ en ‘Kwaliteitsaspecten dialysecentra vanuit patiëntenperspectief; een inventarisatie’.
Uit deze rapportages bleek dat de toets op een aantal punten aangescherpt zou moeten worden. Daarnaast wordt in het nieuwe Certificeringschema Dialysecentra dat binnenkort gereed zal zijn, over een verplichte patiëntentoets gesteld: 'de toets moet geschikt zijn voor onderlinge vergelijkbaarheid. Bij voorkeur wordt de CQ-index gebruikt.' Besloten werd twee vliegen in één klap te slaan. De vernieuwde patiëntentoets is volgens de methodiek van de CQ-index opgezet.
CQ-index
De CQ-index is een gevalideerde methode waarmee de patiëntervaring kan worden gemeten. Onderwerpen als effectiviteit, veiligheid en patiëntgerichtheid van de zorg zijn met deze methode op transparante wijze te meten. Het Centrum Klantervaring Zorg (CKZ) heeft de opdracht de procedures die bij het uitvoeren, analyseren en rapporteren van de CQ-index worden gevolgd, te bewaken (meer informatie hierover is te vinden op de website www.centrumklantervaringzorg.nl).
De CQ-index Dialyse omvat twee vragenlijsten, één voor hemodialysepatiënten die in een centrum dialyseren en één voor thuisdialysepatiënten, zowel peritoneale als thuishemodialysepatiënten. De vragenlijst bestaat uit twee gedeelten: een vragenlijst waar naar ervaringen van patiënten wordt gevraagd en een vragenlijst die vraagt naar het belang dat patiënten aan verschillende aspecten van de behandeling hechten.
De vragenlijsten zijn in opdracht van de patiëntenvereniging NVN ontwikkeld. De NVN blijft ook eigenaar van de toets. De beroepsorganisaties die bij de zorg voor nierpatiënten betrokken zijn en de zorgverzekeraars zijn tijdens de ontwikkeling van de toets diverse malen geconsulteerd. Dit gebeurde in het zogenaamde ‘stakeholdersoverleg’ dat vanuit het HMI georganiseerd werd. De afdeling Sociale Geneeskunde van het Academisch Medisch Centrum Amsterdam (AMC) ondersteunt het ontwikkelen van de vragenlijsten en het uitvoeren van het validatietraject.
Validatiefase
De CQ-index Dialyse is in de afgelopen periode in de praktijk getest. Doel hiervan was het valideren van de nieuwe vragenlijsten. Een dialysecentrum kon aan deze test deelnemen als het beschikt over een groep van minimaal vijftig hemodialysepatiënten en een (zo groot mogelijke) groep peritoneale dialysepatiënten. Dit aantal patiënten was nodig in verband met de statistische analyses ten behoeve van de validatie. Alle dialysecentra hebben een brief ontvangen waarin de mogelijkheden voor deelname aan de toets nader beschreven zijn.
Het versturen van vragenlijsten en de gegevensverzameling ten behoeve van het validatietraject is door het Hans Mak Instituut georganiseerd.
Centra die aan de toets deelnemen, ontvingen na afloop een onderzoeksrapport conform het bestaande HKZ-certificatieschema inzake onafhankelijk patiëntervaringsonderzoek. Daarnaast kregen de centra de mogelijkheid hieraan een kwalitatief verbetertraject te koppelen dat door Blaauwbroek, bureau voor vraaggestuurde zorg zal worden uitgevoerd.
Vervolgtraject
Wanneer de toets op de hiervoor beschreven wijze in voldoende mate gevalideerd is, wordt de vernieuwde kwaliteitstoets op grond van de CQ-index aangeboden aan de Wetenschappelijke Adviesraad van het Centrum Klantervaring Zorg (CKZ). Bij goedkeuring krijgt de toets het CKZ-keurmerk, wat betekent dat de toets goed genoeg is om als onafhankelijke patiëntentoets te functioneren. In het vervolgtraject, de metingen nadat de onafhankelijke toets ontwikkeld is, kan het verzamelen van de gegevens door verschillende instanties worden uitgevoerd. Om metingen te mogen uitvoeren moeten deze instanties door het CKZ worden geaccrediteerd. Het HMI is voornemens zich hiervoor door het CKZ laten accrediteren.
Wetenschappelijk onderzoek
De ontwikkeling van de nieuwe kwaliteitstoets gaat tevens gepaard met een wetenschappelijk onderzoek van het Amsterdams Medisch Centrum. Onderzocht wordt of er een relatie valt te leggen tussen ervaringen van patiënten, patiëntkarakteristieken (demografie, co-morbiditeit, e.d.) en patiëntoverleving. Het onderzoek betekent dat aan de centra die aan de validatiefase deelnemen wordt gevraagd per patiënt een aantal extra gegevens aan te leveren. Uiteraard nadat de patiënt hiervoor toestemming heeft verleend. Over de inhoud van het wetenschappelijk onderzoek worden de centra apart geïnformeerd.
|