Workshop Prestatie-indicatoren
Willy Limpens en Eric-Pieter van Breukelen (Limpens & partners)
Prestatie-indicatoren zijn een logisch gevolg van het opzetten van een kwaliteitsmanagementsysteem en moeten leiden tot structurele verbeteringen en niet tot incidentele probleemoplossing. In de zorg worden prestatie-indicatoren meestal door de branche zelf opgesteld. In de nefrologie heeft de NfN een set Kwaliteitsindicatoren ontwikkeld. Deze gelden echter alleen voor het primaire proces -belangrijk- maar niet het enige. Zo is patiënttevredenheid bijvoorbeeld ook een belangrijk indicator.
Voor goede prestatie-indicatoren moeten statische doelstellingen vertaald worden naar definities van succesfactoren en vervolgens naar meetbare indicatoren. De KSF (kritische succesfactor) waar je goed in moet zijn om je doelstelling te halen, is meestal niet meetbaar, de KPI (kritische prestatie-indicator) is dat wel.
Alle nieuwe HKZ schema’s hebben prestatie-indicatoren als middel om het systeem gebruiksvriendelijker en resultaatgerichter te maken. Er moet echter wel een juiste cultuur voor het gebruik van prestatie-indicatoren bestaan. Zowel op persoonlijk en professioneel gebied als op het niveau van de organisatie.
In een oefening in subgroepjes werden cultuuraspecten die invloed hebben op het gebruik van prestatie-indicatoren in kaart gebracht: welke remmen en welke helpen om de juiste cultuur te bereiken. Later, plenair besproken, bleken:
Remmende factoren:
• grootte van het team (kost moeite om iedereen geïnformeerd en betrokken te houden)
• missen van loyaliteit naar de organisatie
• gebrek aan inzicht, het team moet het ook dragen.
• nieuwe dingen die er telkens bij komen, team blijft achter
Helpende factoren:
• wat vinden wij belangrijk (uit de groep laten komen)
• leidinggevende moet voortrekker zijn
• duidelijke visie
• terugkoppeling resultaten (hoe gaan we verder)
• openheid in team/communicatie
Link presentatie